Het door het lint pushen van mensen mag niet ongestraft blijven, en diegenen die zich daaraan schuldig maken moeten ook bij de politie bekend zijn.
Hieronder beschrijf ik een voorbeeld van hoe iemand die zich betrapt voelt, die ander wraakzuchtig door het lint probeert te pushen, denkend dat die persoon een psychiatrische patiënt is. Wat het feit van door het lint willen pushen alleen nog maar veel ernstiger maakt.
De aanleiding: aanbellen bij een appartement beneden
 |
| foto van onderstaande website |
Van Eyck België - productinformatie
Voor mij geldt de regel dat als jij je niet via de intercom aanmeldt bij het appartement waar je moet zijn, beneden, jij dan geen recht hebt om door onze gangen te zwerven.
Ons gebouw is voorzien van deurbellen met intercom beneden in de gang, bij de brievenbussen, en er zijn zelfs mensen die een video hebben laten installeren om te kunnen zien wie zich aandient.
Die deurbellen zijn er om de privacy van bewoners te respecteren en te beschermen.
Mensen die zich niet aan de regel houden van zich aanmelden via de intercom, zijn dus mensen die geen biet geven om de privacy van anderen.
Ik laat nooit iemand meeglippen, via de voordeur, die ik niet ken en die niet aangebeld heeft.
Dat doe ik op dat moment niet in eerste instantie voor mijzelf, dat doe ik voor het algemene belang. In de hoop dat iedereen mijn goede voorbeeld oppikt en volgt.
Incident
Vandaag had ik weer iemand, een jonge vrouw in dit geval, die wilde meeglippen.
Ik blijf in de deuropening staan en zeg: “Als u hier niet woont en geen sleutel heeft van het gebouw en het appartement waar u moet zijn, dan moet u zich aandienen via de deurbel.”
Daarop zegt de jonge vrouw: “Mijn moeder woont hier.”
Mijn antwoord: “Ook jouw moeder heeft het recht om te weten dat jij er staat aan te komen. Dat is dus geen reden om niet aan te bellen.”
Waarop de jonge vrouw aanbelt bij het appartement waar zij moet zijn en vervolgens zegt, terwijl ik nog steeds in de deuropening op haar sta te wachten… : ”Sinds kort woon ik hier, en ik heb een sleutel, dat was ik vergeten.” En zij tovert een stel sleutels uit haar tas en toont die vluchtig.
Terwijl zij doorglipt en naar de lift loopt, naar een andere vrouw die op het punt staat een lift te betreden, hoor ik via de intercom dat iemand de deur bedient, dus ik weet nu in ieder geval dat er visite in dat appartement verwacht wordt, en ik laat begaan.
Omdat ik nog steeds voorzichtig wil zijn met Corona neem ik zelf een andere lift.
Op mijn etage
Boven aangekomen blijkt de jonge vrouw een kennis, of mogelijk zelfs de dochter, te zijn van één van de buren op mijn etage. En zij blijkt niet in staat om een sleutel in het slot te steken.
Aanbellen durft zij kennelijk niet meer op het moment dat zij mij uit de lift ziet stappen.
En dan begint haar spel.
Ik besef meteen in welk appartement zij thuishoort, waar zij overigens al zo goed als voor stond voor zij mij opmerkte en een stap naar achteren zette. Bovendien ken ik iedereen op mijn vloer.
Als ik dat aan haar laat weten probeert zij zand in mijn ogen te strooien, en verwijdert zij zich van de deur waar zij voor staat, mij meedelend dat ik het mis heb.
Zich betrapt voelend loopt zij terug naar de liftdeuren met de woorden dat ik een gestoorde ziel ben, want dat had die vrouw in de lift tegen haar verteld, en ook dat ik met iedereen ruzie heb in het gebouw.
Roddelen en laster verspreiden
Behoorlijk lasterlijk, vind ik.
Dus ik zeg tegen haar: “Iemand zegt iets en het is waar, zonder dat jij diegene die het zegt kent? Zo is Donald Trump groot geworden in Amerika, door mensen zoals jij.”
De medebewoners in mijn gebouw
Ik ken niet eens iedereen hier in het gebouw.
Ik ken wel roddelaars, bespieders, bemoeizuchtige mensen, door het lint pushers, laster verspreiders én ik ken mensen die een fatsoenlijk leven leiden, hier.
En dan is er ook nog een hele grote grijze massa waar ik geen idee van heb wie zij zijn. En dat spreekt in hun voordeel.
De last van liegen
Ik richt mij weer tot de jonge vrouw en constateer luidop dat zij dus geen sleutel heeft van het appartement waar zij thuishoort, en dat zij dus gelogen heeft.
Dat ik dát dan ook weer weet van buren op mijn etage, en ik loop mijn appartement binnen.
Mij afvragend wat zij nu vervolgens gaat doen, besluit ik dat ik haar er niet té gemakkelijk vanaf wil laten komen, tenslotte heb ik nog steeds geen hard bewijs dat zij inderdaad geen sleutel heeft.
Dus ik blijf voor het oog van mijn voordeur staan en wacht haar gedrag af.
Eerst is zij besluiteloos… dat duurt even.
Dan roept zij de lift terug… opent de deur en sluit die weer zónder zelf in de lift te stappen.
Vervolgens blijft zij nog langer besluiteloos staan wachten ter hoogte van de liftdeuren, om uiteindelijk, wanneer zij hoopt dat de kust veilig is, naar het appartement te willen lopen waar zij moet zijn.
Echter, nog niet volledig op haar gemakt loert zij eerst nog door mijn spy-oog en komt daarmee oog in oog te staan met mij.
Opvallend brutaal blijft zij staan staren door mijn spy-oog, betrekkelijk dichtbij, waarschijnlijk in een poging om mij alweer te intimideren.
Voor de tweede keer ben ik verrast door haar brutaliteit.
Ik ben zelf heel anders opgevoed, ik ben dit soort gedrag niet gewend, en het zet alweer aan tot nadenken over de mensen op mijn vloer.
Want inmiddels haar gezicht beter hebben kunnen bestuderen, zou zij zomaar de dochter van één van mijn buurvrouwen kunnen zijn.
Uiteindelijk geeft zij haar staren naar mijn spy-oog op en de jonge vrouw loopt naar de voordeur waar zij moet zijn en belt aan.
Ik hoor die voordeurbel in mijn appartement, dus ik trek mijn deur open en zeg tegen haar: “Geen sleutel dus, zoals ik al geconstateerd had, een regelrechte leugen.” En ik sluit mijn deur weer, enigszins geschokt en mij afvragend, welke moeder wil proefondervindelijk vaststellen dat haar kind met zoveel overtuiging kan liegen?
Onder de indruk maak ik een begin met mijn boodschappen uitladen.
En dan begint het getreiter
De jonge vrouw laat het daar niet bij zitten.
Zij belt aan bij mijn voordeur op onze gang en probeert vervolgens meteen daarna met haar sleutel via mijn slot mijn deur te openen, wat bijzonder intimiderend overkomt.
Als ik niet reageer belt zij opnieuw aan, en herhaalt het gedrag met haar sleutel in mijn slot.
Als ik daar nóg niet op reageer begint zij als een gestoorde idioot op mijn deur te bonken.
Ik loop rustig terug naar mijn voordeur en meldt door de dichte deur dat ik een rapport zal maken van haar gedrag en dat ik dat rapport naar de politie toe zal sturen.
Geschokt over wie "alweer nieuwe mensen op mijn vloer" zijn, méér nog dan wat ik al van ze weet, blijf ik achter.
Psychiatrische patiënt
Stel je nu eens voor dat ik een burn-out zou hebben, of zou lijden aan een post-traumatisch stress syndroom, of dat ik wérkelijk een psychiatrische patiënt zou zijn geweest.
Want dáár gaat dit verhaal ook over.
Stel, ik bén een psychiatrische patiënt, en ik weet af van de inbraken hier in ons gebouw op klaarlichte dag terwijl mensen uit werken zijn.
Dat maakt mij bang, natuurlijk, want mijn relativeringsvermogen is aangetast.
Dan zal ik, méér nog dan nu, opletten dat niemand meeglipt via de voordeur.
Dan zou álles hierboven omschreven ongeveer hetzelfde hebben kunnen verlopen, met dát verschil dat deze jonge vrouw, mij, als psychiatrische patiënt, met succes door het lint zou hebben kunnen pushen, met haar intimiderende gedrag en haar belagingen aan mijn voordeur, als wraakneming voor het betrapt te zijn geweest met een leugen.
Zó intimiderend was haar gedrag voor mij ál, bij volle verstand zelfs, ik, die toch als rots op deze aardbodem beschouwd mag worden.
En dan zou zij de ambulance gebeld hebben met de mededeling dat haar buurvrouw haar probeert aan te vallen en een gestoorde ziel is en in een inrichting thuishoort.
Terwijl het de hele tijd deze jonge vrouw is geweest die de slechterik is in het verhaal, en doelbewust een psychiatrische patiënt door het lint heeft willen pushen, alleen maar omdat ze niet verdraagt dat zij zichzelf te kijk heeft gezet met een leugen.
Dáárom pleit ik voor serieuze straffen voor diegenen die door het lint pushen.
Tot slot
Er zijn verschillende redenen waarom ik dit verhaal publiceer.
1 Het lasteren hier in het gebouw moet ophouden.
2 Aantonen aan mensen hoe verknipt zij zich gedragen als zij denken dat iemand een psychiatrische patiënt is.
3 Overheidsdiensten tonen hoe het werkt, het sociaal en psychologisch mishandelen van buurtgenoten met direct verwijten en indirect verklaren dat iemand een psychiatrische patiënt is.
4 Een pleidooi houden voor straffen “voor door het lint pushen”.
Ik weet heel goed dat de waard zijn gasten vertrouwt zoals hij zelf is.
Dat neemt echter niet weg dat ik het meer dan beu ben om steeds het slechtste van mensen te moeten ervaren, alleen maar omdat zij denken dat ik een gestoorde ziel ben én omdat ik regels wil volgen die met goede redenen in het leven geroepen zijn.
In Nederland heeft een organisatie die opkomt voor psychiatrische patiënten ooit aan mij gevraagd om een rapport te schrijven over het gedrag van zogenaamde normale mensen versus psychiatrische patiënten.
Ik heb dat toen met veel toewijding gedaan.
Ik ben in Geel opgegroeid.
Ik ben dus opgegroeid in een gemeenschap met mensen die psychisch tijdelijk, of minder tijdelijk, niet in orde zijn.
En ik hekel mensen zoals deze zogenaamde dochter van hier op mijn etage.
Zoals ik iedereen hekel, ook hier in het gebouw, die probeert de leefruimte in slechte zin te bewerken, van anderen.
Hermine Van Sande